ZONDER ZELF BESTAAT ER ZUIVERE REFLECTIE

Vrij komen van de absolute identificatie met de denkende geest begint vanuit de vraag: "Wat wil ik van het leven?" en beweegt naar: "Wat wil het leven van mij?"

De overgave aan deze beweging vindt vanzelf plaats als we beseffen genoeg hebben geleden over onze levenssituaties, de ervaringen die ondraagbaar blijken te zijn. Met dit besef geven we onze zelfmedelijden en gevormde meningen (over de ander en oneerlijkheid in de wereld) op. Dit is een verlichting van een sombere kijk op het leven en daarmee klaart het letterlijk op; zowel voor onszelf als mede voor iedere betrokkene (uiteindelijk).
Met het doorleven van deze ervaringen kunnen we tot het besef komen dat onze persoonlijkheid degene is die lijdt, maar dat wij dat niet zijn. Je kijkt naar jezelf in de 3e persoon en je kunt naar een ander leren kijken in de 1e persoon (er jezelf deels in herkennen). 
En wat als je gaat beseffen dat er eigenlijk geen 'persoon' (iemand die de beleving steeds in controle neemt en bepaald) meer blijkt te bestaan?

BECOME THE MIRROR, BECOME THE UNIVERSE 

Onze natuurlijke staat van zijn heeft geen vorm (geen 'persoon'), maar kan dit wel waarnemen, ervaren, reflecteren en benutten. 
Onze oorsprong - vrij van vorm - fungeert als een compleet open en heldere spiegel. 

Wat is dan denken? 
Oorspronkelijk is denken niet meer dan bewustzijn zonder  toegevoegde illusies. 

In de basis van het leven bestaan er overduidelijk vormen van overvloed en van gebrek, er bestaan dus ook vormen van illusie.
Het universum (lees: jij) creëert illusie (van één twee maken; verdelen) uit het niets om er uiteindelijk zichzelf mee te leren kennen. Het universum is al lang compleet en het fenomeen ruimte-tijd betreft een uitstroom van vibraties waarvan de amplitudes de vormen bepalen.
En dit varieert continu. Een conclusie van deze constatering is dat wij niet bestaan.

Wat er wel bestaat is beleving, in al zijn variaties. Het lichaam is beleving (het leeft, het vibreert).
Als we onszelf steeds beter leren kennen met het doorleven van allerlei situaties en omstandigheden, transformeren we de vibratie van het fysieke lichaam (van vorm...) naar de hoogste frequenties (...naar puur licht). 
Vanuit tijdloze wakkerheid kun je je slechts herinneren wie je werkelijk bent. Met deze enige herinnering lost het lichaam op (hiervan is wetenschappelijk bewijs in de vorm van ruim 160.000 gedocumenteerde voorvallen).

Als we in de natuurlijke staat van onvoorwaardelijke liefdevolle bezinning zijn (de open ruimte waarin we zuiver ontvangen en doorgeven), reflecteren we alles met complete openheid en worden hier verder niet door beïnvloed.

 
Alle meditaties gaan naar dit punt toe.